De vagina is een 8 tot 10 cm lange elastische buis, omgeven door spieren.
In ontspannen toestand is de vagina gesloten en liggen de voor- en
achterwand tegen elkaar aan waardoor het in dwarse doorsnede een H-vormige
spleet vormt.
Bovenin de vagina bevindt zich de schedegewelf (fornix) die de baarmoederhals
(cervix) omgeeft. Onderaan wordt de vagina begrensd door de hymenaal ring,
kleine resten van het maagdenvlies (hymen). De vagina is bedekt met een
glycogeenrijk meerlagig niet-verhoornd plaveiselepitheel.
Hierdoor is de binnenkant van de vagina gewoonlijk roze, zoals alle
slijmvliezen bij zoogdieren. De spierlaag is dun aanwezig. Tussen de
vaginaspierlaag en omgevende organen, zoals de blaas met plasbuis(urethra)
en de endeldarm(rectum), is bindweefsel aanwezig (het paracolpium) met
bloedvaten, zenuwen en bekkenbodemspieren. Tussen het rectum en de vagina
wordt dit het septum rectovaginale genoemd.
Als een vrouw rechtop staat, is de vaginale buis in een achterwaarts
omhoogstaande positie gericht en vormt een hoek van iets meer dan
90 graden met de baarmoeder (uterus).
|